Vuurwerk angst
|
|
Angst voor vuurwerk.
Voor veel honden zijn de jaarwisseling en de weken ervoor en erna een complete nachtmerrie. Er zijn wel manieren om de meeste honden te helpen die tijd zonder al te grote paniek door te komen. De mate en vorm van de angst spelen daarbij wel een rol.
Achtergronden:
Angst is normaal en hoort bij het leven. Zonder angst zou geen enkel wezen een lang leven beschoren zijn. Een hond zonder enige angst ziet geen gevaar en loopt bijv. onder een auto. Wij zijn niet bang voor vuur in de kachel, maar als ons huis in brand staat, zullen we in paniek de benen nemen.
Ook dieren passen hun gedrag aan om met zo min mogelijk gevaar te overleven.
Er is veel onderscheid tussen de verschillende vormen van angst. We kennen de ‘normale’ angst zoals hierboven beschreven. Zo’n angst kan echter abnormale vormen aannemen, waarbij men regelmatig of constant een gevoel van angst heeft, terwijl daar helemaal geen reden toe is. Normale en/of abnormale angsten nemen langzaam toe naarmate de beangstigende situatie zich meer of minder voordoet. Daarbij groeit de angst langzaam verder, in verschillende verschijnings-vormen waarbij de hevigheid kan variëren. Men leert langzaamaan de angst kennen en bouwt hem in de loopt der tijd verder uit. Het voordeel van die aangeleerde angst is dat men die angst( in de meeste gevallen ) ook weer kan afleren. Dit is niet zo wanneer er sprake is van een fobie.
Een fobie onderscheidt zich van angst door de plotselinge hevigheid. Er wordt explosief en in alle intensiteit vol hevige angst gereageerd.
De basis van een fobie kan bestaan uit een dramatische ervaring of doordat dieper gelegen interne problemen om met angst om te gaan een eigen leven gaan leiden.
U zult begrijpen dat er sprake is van een fobie als uw hond totaal in de stress schiet en zich door het tapijt heen wil graven of door de afvoer van het bad wil vluchten voor een knal die u misschien niet eens heeft gehoord.
In zo’n geval zult u niet zonder medicatie kunnen om het probleem onder controle te krijgen of op zijn minst leefbaar te maken.
Angst voor vuurwerk.
Stress en/of angst signalen, welke u bij uw hond moet leren herkennen:
- beven, kwijlen, krabben, wiebelen, likken, piepen en janken.
- lage lichaamshouding, oren naar achteren, staart laag.
- willen vluchten.
Vluchtreactie vermijden
Het is van essentieel belang dat vluchtreacties vermeden worden. Vluchten geeft de hond een vals gevoel van veiligheid, waardoor zijn angst en vluchtgedrag nog meer toeneemt.
Daarom is het handig om de aandacht van de hond op iets te richten wat hij leuk vindt. Hoe meer men de neiging tot vluchten kan voorkomen, hoe beter het gaat.
U mag de angstreactie nooit bestraffen, want angst en straf gaat niet samen en laat de angst juist toenemen.
Systematische desensitisering
Dit is een methode die gebaseerd is op het aanbieden van twee prikkels die een tegengestelde stemming uitlokken. Het lawaai dat een (aangeleerde) angstreactie oproept, wordt gekoppeld aan iets wat een aangename sensatie geeft. Het is niet mogelijk om bang en blij tegelijk te zijn.
De prikkel die angst oproept moet minder sterk zijn dan de prikkel die een prettig gevoel oproept. Vandaar uit wordt de prikkel die angst oproept steeds iets sterker gemaakt, waarbij men ervoor zorgt dat de angst reactie achterwege blijft. Op die manier dooft de angstreactie op den duur uit.
Er zijn wat knallen in de verte; de hond vertoont (nog) geen stress signalen: u geeft uw hond iets lekkers, u gaat even met hem spelen of u laat hem iets apporteren. Zolang een hond nog blijft eten of met u wilt spelen is hij nog niet in paniek en vol zelfvertrouwen iets apporteren en tegelijk bang zijn gaat ook niet samen.
De knallen worden dan zachtjes aan harder, terwijl de hond hier aan went.
Leiding en afleiding:
U bent de steun en toeverlaat van uw hond. Hij vertrouwt u. Zolang u niet bang bent, hoeft hij ook niet bang te zijn.
U gaat met de hond aan de gang. U speelt met hem of u doet wat oefeningetjes met hem.
Wanneer er een knal is, reageert u alsof u hem niet heeft gehoord. Er is immers niets aan de hand. U speelt gewoon verder of gaat verder met de oefeningen.
Wanneer uw hond gestresst om zich heen gaat kijken, geeft u hem een klein opdrachtje; bijv. ‘kijk eens’ of ‘let op’. Wanneer hij naar u kijkt, krijgt hij weer iets lekkers.
Probeer iets te vinden waar uw hond goed in is. Bijv. ‘zitten’ op commando. Zodra uw hond de oefening uitvoert, (dit hoeft dan niet zo netjes als anders) krijgt hij iets lekkers of gaat u weer even met hem spelen.
Op deze manier vraagt u uw hond met u bezig te zijn i.p.v. zijn aandacht te richten op het vuurwerk. Wanneer hij zijn aandacht bij u heeft, heeft hij geen aandacht voor de knallen en zal er dan ook niet bang voor zijn.
Het allerbelangrijkste van het afleren van angst (of het voorkomen hiervan) is dat u uw hond niet probeert te troosten.
Op het moment dat uw hond angst signalen vertoont, mag u hem niets lekkers geven of hem aanhalen. Uw achterliggende gedachte is hem te troosten –“stil maar, er is niets aan de hand”- de hond ervaart dit echter als een beloning voor zijn angstige gedrag en zal in het vervolg dit gedrag gaan herhalen. Doe zelf alsof er niets aan de hand is (er is ook niets aan de hand), negeer zijn angstige gedrag en vraag hem iets anders voor u te doen. Dit mag een heel simpel opdrachtje zijn.
Wanneer hij hiermee bezig gaat kunt u hem belonen.
Maak de knal voorbode van iets goeds.
Geef de hond alleen nog eten of ga alleen nog met hem spelen, nadat hij een knal heeft gehoord.
U slaat (hard) met een boek op tafel en gooit vervolgens wat brokjes op de grond. Doe dit net zolang totdat de hond niet meer voor de knal wegloopt, maar de knal op gaat zoeken omdat hij weet dat er iets lekkers volgt.
Maak de klap langzaamaan harder.
Blijft dit steeds goed gaan? Dan vraagt u iemand buiten een rotje af te steken en weer vallen er (als uit het niets) voertjes op de grond.
Koop trekrotjes en trek aan een rotje als teken dat de voerbak gevuld gaat worden. Eerst in de gang terwijl de hond bijv. in de keuken staat. Maak de knal voor de hond langzaamaan harder, totdat u het trekrotje in hetzelfde vertrek laat knallen als waar de hond staat.
U heeft nog een kleine week om te oefenen. Voer de intensiteit van de knallen langzaam op.
Totdat uw hond volledig onverschillig blijft onder de knallen of liever nog na een knal u op komt zoeken voor iets lekkers.
Misschien is het handig om uw hond alvast te wennen dat hij aan zijn riem vastligt terwijl hij in zijn mand ligt. Als bijv. zijn mand naast de kast staat, leg hem dan zo nu en dan al vast met zijn riem aan de kast. Geef hem gelijk wat lekkers om op te kluiven. U kunt hem dan op oudejaarsnacht ook vastleggen,(daar is hij dan al aan gewend) zodat hij niet kan ontsnappen als de buitendeur opengaat.
Als uw hond gewend is/was aan een bench, haal die dan weer tevoorschijn. Het is voor de hond dan zijn vertrouwde omgeving en u heeft de zekerheid dat hij niet de deur uitglipt.
De avond zelf:
Laat uw hond ruim op tijd uit. Zodat u niet om 10 voor 12 nog naar buiten moet, omdat uw hond zonodig moet. Houd hem aan de lijn, want als hij om 11.00 uur ’s avonds schrikt van een knal en wegloopt, dan loopt hij om middernacht nog buiten als het gedonder begint.
Vlak voor middernacht: leg hem vast of doe hem in zijn bench. Houdt hem in ieder geval goed in de gaten, want in alle opwinding rond middernacht, is het grootste gevaar dat hij wegloopt en in alle knallen terecht komt.
Geef de hond vlak voor middernacht een lekkere kluif of vul zijn kong met iets extra lekkers, waar hij wel even mee bezig is.
Wij wensen iedereen – hond en bazen- een gezellig oud en nieuw en een gezond en gelukkig Nieuwjaar.
Met dank aan: Mariette van der Vos www.TopDog.nl
